De 21 onweerlegbare wetten van Leiderschap - J.Maxwell (samenvatting)

In 21 irrifutable laws of Leadership beschrijft John Maxwell dat leiderschap beschreven kan worden aan de hand van 21 principes. De principes zijn tijdloos, kunnen aangeleerd worden, onafhankelijk van elkaar worden toegepast en hebben consequenties wanneer ze wel of niet worden gebruikt. In dit artikel worden alle 21 principes kort beschreven.

 

De wet van de deksel (1) beschrijft dat leiderschap het niveau van leiderschapsvaardigheid bepaald hoe effectief je bent in een organisatie. Leiderschapslevel is direct gelinkt aan potentie. Wanneer je een 6 scoort op leiderschapsvaardigheden, is je potentieel effectiviteit maximaal een 5. Leiderschap is nodig om potentie van iedereen in de organisatie te verbeteren (zie ook wet 7 en 13).

De wet van invloed (2) beschrijft dat leiderschap beschrijft dat mensen zich vrijwillig laten beïnvloeden door een leider. Deze vorm van invloed kan alleen worden gegeven door de volgers en moet dus door de leider verdiend worden.

De wet van voortgang (3) beschrijft dat leiderschapsvaardigheden voortdurend ontwikkeld worden, of in Maxwell´s woorden: leiderschap groeit dagelijks, niet in een dag. Continu leren helpt om te groeien als persoon en voorbereid te zijn op situaties van de toekomst.

De wet van navigatie (4) beschrijft dat ‘een leider altijd verder ziet dan anderen, meer ziet dan anderen en ook ziet voordat anderen zien’ (- Leroy Eims). Leiderschap gaat over richting geven in de toekomst, waarvoor voorbereiding het belangrijkste aspect is. Deze voorbereiding bestaat onder anderen uit het luisteren naar wat volgers belangrijk vinden en het verzamelen van feiten voordat commitment wordt afgegeven.

De wet van het luisteren (5) [law of E.F. Hutton] beschrijft dat een echte leider ten alle tijden eerst luistert voordat hij spreekt, en wanneer hij spreekt, iedereen luistert. Wanneer een leider spreekt, luisteren volgers niet zozeer vanwege de waarheid van de boodschap, maar luisteren ze uit respect voor de spreker.

De wet van het fundament (6) beschrijft het belang van een eerlijk en open karakter om op te kunnen bouwen. In de woorden van Maxwell: ‘Karakter maakt vertrouwen mogelijk en vertrouwen maak leiderschap mogelijk.’ Wanneer een leider een eigen fout toegeeft zal hij worden vergeven door zijn volgers, maar wanneer het vertrouwen van de volgers geschaad wordt verliest de leider zijn invloed op de groep.

De wet van respect (7) beschrijft dat mensen van uit hun natuur leiders volgen die sterker zijn dan henzelf. Een leider op niveau 5 op de schaal van 1-10 zal een leider volgen van niveau 7, welke op zijn beurt een leider van bijvoorbeeld niveau 8 zal volgen.

De wet van intuïtie (8) beschrijft de vaardigheid om alles te evalueren aan de hand van een ‘leiderschaps-bias’ waarmee zowel abstracte als concrete factoren van een situatie tot het volst worden benut om doelstellingen te halen. Leiders voeden deze bias door het kunnen ‘lezen’ van situaties, het kunnen inschatten van beschikbare middelen, het kennen van hun mensen en het kennen van zichzelf.

De wet van magnetisme (9) beschrijft dat je bent wat je aantrekt. Mensen trekken anderen aan met eenzelfde karakter, generatie, houding, waarden, achtergrond, ervaringen en ook leiderschapsvaardigheden. In de woorden van Maxwell: ‘Als je denkt dat de mensen die je aantrekt  beter zouden kunnen zijn is het tijd om jezelf te veranderen.’

De wet van de connectie (10) wordt het best beschreven door Engelse uitspraak: ‘touch peoples heart before you ask them for a hand’. Om effectief leiding te geven is het van belang om een connectie te maken met je volgers. De persoonlijke connectie is belangrijker dan de boodschap. Nog een oneliner: ‘om jezelf te leiden, volg je hoofd; om anderen te leiden, volg je hart.’

De wet van de inner-circle (11) beschrijft dat de potenties van een persoon bepaald worden door de personen met wie hij het meest optrekt. Maxwell beschrijft 5 type mensen die je graag in een organisatie zou willen hebben: mensen die zichzelf laten groeien (1), mensen die moraal verbeteren (2), mensen die de leider doen groeien (3), mensen die anderen doen groeien (4) en mensen die mensen doen groeien die anderen laten groeien (5). Deze laatste is volgens Maxwell het hoogtepunt van leiderschap, leiding geven door leiders te kweken.

De wet van delegeren (12) wordt het best beschreven door de volgende quote van Theodore Roosevelt: ‘de beste manager is degene die genoeg verstand heeft om de juiste mensen aan te nemen om dingen te doen die hij gedaan wil krijgen, en genoeg zelfbeheersing heeft om hen niet in de weg te zitten terwijl zij die dingen doen’.

De wet van reproductie (13) beschrijft dat leiders nodig zijn om leiders te kweken. Uit een enquête blijkt dat 85% van de leiders beïnvloed zijn door andere leiders, 10% vanuit natuurlijke vaardigheid leider is geworden en 5% als resultaat van een crisis. Volgers kunnen geen leiders ontwikkelen volgens het gezegde: ‘mensen kunnen niet weggeven wat ze zelf niet bezitten’.

De wet van de buy-in (14) beschrijft het belang van de combinatie van een goede leider bij een goede visie. De combinatie van leider buy-in en de visie buy-in is de enige combinatie waarbij volgers de leider zullen volgen in het nastreven van de visie. De leider brengt de volgers waar zij heen willen, en de volgers willen dat die specifieke leider hen naar hun bestemming brengt.

De wet van overwinning (15) beschrijft dat echter leiders niet opgeven totdat zij hun doel bereikt hebben. Een alternatief voor winnen is onacceptabel en daarom hebben zij geen plan B. Leiders weten wat nodig is en stellen alles op alles om ervoor te zorgen dat ze het voor elkaar krijgen.

De wet van het grote moment (16) [the big mo] beschrijft het belang van het moment om als leider in actie te komen. Zowel voor als na ‘het moment’ zit niemand namelijk op je boodschap te wachten. Twee factoren voor optimaal gebruik te maken van momentum zijn voorbereiding en motivatie. Effectieve leiders zorgen voor een goede voorbereiding voor een verandering en kunnen momentum creëren door anderen te motiveren.

De wet van prioritieten (17) beschrijft dat activiteit niet per definitie leidt tot prestatie. Activiteiten kunnen geëvalueerd worden aan de hand van drie criteria om te besluiten of ze belangrijk zijn of niet. Belangrijke activiteiten zijn degene die verplicht zijn (1) voor een ander (baas, aandeelhouders), de grootste impact hebben op de organisatie (2) doordat ze in jouw sterkte veld vallen, of de activiteiten die van grote persoonlijke waarde (3) zijn.

De wet van offeren (18) beschrijft dat leiders zichzelf moeten opofferen om te groeien; ‘one has to give up to go up’. Deze wet beschrijft dat een leider het belang van de groep voor eigenbelang moet stellen.

De wet van timing (19) beschrijft een combinatie van de juiste actie op het juiste moment om succesvol te zijn met een verandering. De combinatie slechte timing, goede actie leidt tot weerstand van medewerkers, de verkeerde actie met juiste timing leidt tot een fout en een verkeerde actie op de verkeerde tijd leidt tot een ramp, aldus Maxwell.

De wet van explosieve groei (20) beschrijft dat leiderschap een vermenigvuldigend effect kan hebben op de gezamelijke potentie van de organisatie. Een leider die volgers begeleid leidt tot groei van 1 persoon tegelijk terwijl een leider die zich bezighoud met het kweken van leiders leidt tot groei van de nieuwe leiders plus het aantal volgers dat groei door met behulp van elk van deze nieuwe leiders.

De wet van het nalatenschap (21), tot slot, beschrijft het belang van de leider om zichzelf misbaar te maken in de organisatie. Max Dupree schrijft: Prestaties ontstaan wanneer iemand iets voor zichzelf kan realiseren, succes ontstaat wanneer iemand anderen beïnvloed om dingen samen met hem te doen, betekenis ontstaat wanneer hij mensen ontwikkeld om dingen voor hem te doen, maar een nalatenschap wordt alleen gecreëerd wanneer leiders de organisatie in staat stellen om dingen te realiseren zonder hem.

 

Boeken over Leiderschap interessant?
Ga verder naar:

Gezag - M.vVugt & M.Wildschut (samenvatting)

BRON:

Maxwell, J.C,1998, The 21 Irrefutable laws of Leadership, Nashville, Tennessee: Nelson Business.

Go to top