Selected - M. v.Vugt & A.Ahuja (samenvatting)

In Selected beschrijven Mark van Vugt en Anjana Ahuja de geschiedenis van leiderschap en vertalen dat naar een leiderschapsevolutie theorie. De keuze voor een leider met bepaalde eigenschappen in de 21 eeuw wordt vergeleken met dezelfde situatie duizenden jaren geleden wanneer mensen nog in kleine groepen leefden en afhankelijk waren van jagen en verzamelen. De verschillen tussen de verwachtingen die wij hebben van een leider op de Savanne 15000 jaar geleden ten opzichte van de verwachtingen vandaag de dag leiden tot de de vraag of wij in de 21e eeuw onze leiders op de juiste manier kiezen.

 

In dit artikel worden de vier theorieën beschreven die ik het meest interessant vind uit Selected. Een overzicht van tien verschillende leiderschapstheorieën (1) , het belang van leiders en volgers (2), de evolutie van het kiezen van een leider (3) en de lessen van natuurlijk leiderschap (4). In de afgelopen jaren zijn er verschillende LEIDERSCHAPSTHEORIEEN beschreven in de literatuur. In selected worden er tien beschreven:

  1. De Great Man Theory beschrijft dat mensen geboren worden als leider en dat leiderschap niet aangeleerd kan worden. Een beperking in deze theorie is dat vele leiders in de praktijk lange tijd geen leider waren tot een bepaalde situatie hun de kans gaf om leiderschap te tonen. Een voorbeeld is Churchill in de tweede wereld oorlog. Dit zou betekenen dat een gebeurtenis de leider maakt, en niet andersom.
  2. De Karaktereigenschappen (trait) Theorie beschrijft dat leiders bepaalde aangeboren eigenschappen hebben die ze onderscheiden van anderen. Voorbeeld van eigenschappen zijn integriteit en betrouwbaarheid. Een nadeel van deze theorie is dat de lijst van eigenschappen welke een goed leider nodig heeft groeit met elk onderzoek ernaar, waardoor het praktisch onmogelijk is om mensen uit te sluiten op basis van karaktereigenschappen.
  3. De Psychoanalyse Theorie, beschreven door Freud, beschrijft dat een leider een soort ouderlijke rol vervuld in de groep. Interessant is dat onderzoek uitwijst dat mensen die hun vader niet of nauwelijks gekend hebben de rol van leiderschap beter op zich kunnen nemen dan mensen die hun vader wel goed gekend hebben, zoals President Obama van de VS.
  4. Charismatisch Leiderschap betekent dat leiders gekozen worden op basis van persoonlijkheid. Charismatische leiders hebben vaak een hoog IQ en zijn vaak extravert, wat volgens Vugt en Ahuja resulteert in het babbel-effect, wat volgers aantrekt.
  5. De Gedragstheorie beschrijft dat leiderschap aangeleerd kan worden en bestaat uit een aantal verschillende stijlen om hetzelfde resultaat te bereiken.
  6. Situationeel Leiderschap is ontstaan uit de gedragstheorie, omdat niet bewezen kon worden welke leiderschapsstijl per definitie succesvoller is dan een andere stijl. Situationeel leiderschap beschrijft dat verschillende stijlen in verschillende situaties tot de beste resultaten leiden.
  7. De Contingentie Theorie is weer een vervolg op Situationeel leiderschap, waarin niet alleen de situatie van belang is voor de keuze van leiderschapsstijl, maar ook het type werk wat verzet moet worden en de doelstellingen die gehaald moeten worden. Een voorbeeld van Contingentie theorie is de theorie van Hersey en Blanchard, die leiderschap verdeelden in vier categorieën: opdragen, verkopen, participeren en delegeren.
  8. Transactie- versus Transformatie Leiderschap, waarbij transactie leiderschap de uitwisseling van taken voor salaris beschrijft en transformatie leiderschap de uitwisseling van ideeën en idealen , waardoor zowel de leidinggevende als de medewerkers gemotiveerd wordt.
  9. Distributie leiderschap betekent dat beslissingsbevoegdheid verdeeld wordt in de organisatie op basis van expertise, omdat het praktisch onmogelijk is dat één iemand alle beslissingen kan nemen in een organisatie van de 21e eeuw.
  10. Servent Leiderschap, tot slot, beschrijft een leiderschapsstijl waarbij de leider offers brengt voor het belang van de groep. Leiders worden gekenmerkt door nederigheid, empathie, en het belang van de groep boven dat van henzelf stellen.

 

HET BELANG VAN LEIDERS EN VOLGERS houdt in dat er om te overleven zowel leiders als volgers nodig zijn in een groep.
De kracht van hoeveelheden speelt bij overleven een belangrijke rol. Één jager vangt niet per definitie elke dag een verse prooi, maar een groep van 7 jagers die elk eens per week een prooi vangen kunnen elkaar van eten voorzien (wat 15.000 jaar geleden niet lang bewaard kon blijven). De auteurs halen een voorbeeld aan van twee personen op de Savanne die opzoek zijn naar drinkwater waarvan persoon 1 vind dat ze naar het Noorden moeten lopen en persoon 2 het Zuiden de beste optie vind. Wanneer beide personen leiders zouden zijn zouden ze elk hun eigen richting kiezen en uiteindelijk sterven omdat ze volledig afhankelijk van zichzelf zijn. Twee volgers zouden niet kunnen kiezen welke richting ze op zouden lopen en zouden dan sterven omdat ze zonder zich te verplaatsen geen water vinden.
Alleen de combinatie van een leider en een volger leidt ertoe dat ‘de groep’ water zal vinden en beide personen overleven, omdat de volger zich uiteindelijk zal voegen naar de leider.
Tot slot houden de volgers de leiders in het geding, de theorie van de tegengestelde dominantie hiërarchie. Leiders kunnen hun rol immers alleen uitvoeren bij gratie van hun volgers. Wanneer een leider zijn eigen belang te veel boven die van de groep verheft, kan de groep hem of haar simpelweg negeren en een andere leider kiezen.  

 

Nu duidelijk is waarom er zowel leiders als volgers nodig zijn is het volgende vraagstuk interessant: HOE WORDT EEN LEIDER GEKOZEN? Van Vugt en Ahuja beschrijven eerst voorbeelden uit het dierenrijk en die van mensen uit de tijd van jagers en verzamelaars (zo’n 11.000 jaar voor Christus).
Wat wordt er verwacht van een leider? Evolutionair gezien wordt van de leider van de groep verwacht dat hij zich inzet om het voortbestaan van de groep veilig te stellen. Dat betekent in de praktijk dat hij goed eten kan verzamelen om meerdere mensen of dieren te voeden en dat hij conflicten tussen andere groepsleden kan oplossen. Eigenschappen als goed kunnen jagen of groot en sterk zijn vervullen daarom belangrijke eigenschappen van een leider van de groep. Deze zware taak wordt overigens evolutionair gezien beloond met een combinatie van salaris, status en seks.
De Rangorde op basis van kracht is door bovenstaande een verklaarbare manier om een leider te bepalen. Laat alle mannetjes met elkaar vechten en de sterkste krijgt de taak als leider om het voortbestaan van de groep veilig te stellen. Maar wat als een leider meer eigenschappen nodig heeft dan alleen kracht en grote fysiek?
Een Democratisch stelsel is nodig bij situaties die complexiteit en onzekerheid kennen. Buffels stemmen letterlijk met hun voeten welke richting de kudde op zal bewegen. Bavianen kiezen hun leiders afhankelijk van de situatie. Wanneer zij verschillende richtingen op kunnen kan een individu buiten de groep treden en in de richting van zijn keus gaan zitten. Wanneer genoeg anderen uit de groep zijn voorbeeld volgen is de nieuwe leider –voor dat moment- gekozen. Er is sinds de agrarische revolutie veel veranderd voor de mensen en de manier waarop wij leven. Onze groepen zijn zo groot geworden dat één enkele leider niet de gehele groep kan leiden. Daarnaast is onze maatschappij zo complex dat er vele verschillende vaardigheden van belang zijn in het leiderschap van de 21e eeuw.

 

Van Vugt en Uhaja beschrijven tien aanbevelingen op basis van NATUURLIJK LEIDERSCHAP om ons richting te geven in het leiding geven:

  1. Overschat leiderschap niet. Waar beslissingen op de Savanne een verschil van leven en dood uitmaken voor de groep, heeft een beslissing in de 21e eeuw veel minder direct effect. Wees bescheiden in de schuld of het krediet dat een leider toegekend krijgt.
  2. Vind je niche, en ontwikkel aanzien. Natuurlijk leiders weten van zichzelf waar ze goed in zijn en waarin niet en focussen zich vervolgens op het verder ontwikkelen van waar goed in zijn.
  3. Houdt het kleinschalig. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat een individu een netwerk van 150 mensen kan onderhouden (Dunbar’s nummer). Op een school van 150 leerlingen kent elke leraar alle leerlingen bij naam, op een school met 1000 leerlingen niet meer…
  4. Zorg voor je volgers. Denk aan de eerder beschreven tegengestelde dominantie hiërarchie.
  5. Gebruik distributie leiderschap. Niemand heeft in de complexe wereld van nu de kennis en kunde om altijd de juiste beslissing te maken. Dit verklaard het hoge faal-percentage van senior managers in de 21e eeuw.
  6. Denk om het verschil in salaris. Leiders mogen meer verdienen dan volgers, maar niet te veel. Wederom speelt de theorie van tegengestelde dominantie hiërarchie een rol.
  7. Zoek intern naar nieuwe leiders, het liefst bottom-up zoals op de Savanne. Een top-down methode waarbij het topmanagement middenmanagement van buiten af aan neemt voelt altijd onnatuurlijk aan.
  8. Pas op voor nepotisme. Mensen neigen naar het voortrekken van familieleden en vrienden. Een natuurlijk leider gaat slechts af op kwaliteiten en vaardigheden.
  9. Voorkom gedrag uit de donkere zijde , van nature hebben mensen de neiging om zich dominanter op te stellen naar mate ze meer macht krijgen. Voor de lange termijn is consensus echter belangrijker dan gelijk hebben.
  10. Beoordeel een leider niet op uiterlijk. Een leider hoeft in de 21e eeuw geen grote gespierde man te zijn met vierkante onderkaak. De tijd dat spierkracht de nummer 1 eigenschap van een succesvol leider was, is allang voorbij.

Boeken over Leiding geven aan verandering interessant?
Ga verder naar:

The Fifth Discipline - Peter Senge

BRON:
Vugt van, M., A. Ahuja, 2010, Selected; Why Some Poeple Lead, why some People Follow and Why it Matters, London: Profile Books (bestel dit boek)

Go to top